Twee Canadese infanteriedivisies rukten begin april 1945 pijlsnel op – in enkele dagen - van de regio Arnhem via Zutphen en Deventer naar Zwolle en vervolgens Groningen, waar tussen 13 en 16 april werd gevochten. De 2e divisie ging pal noord, de 3e divisie ging ten westen hiervan door Friesland naar Leeuwarden (de 8e en 9e infanterie-brigade gingen zo snel mogelijk via Meppel, Steenwijk, Wolvega en Heerenveen richting de Afsluitdijk). Op 14 april lag het hoofdkwartier van de 7e infanterie-brigade van de 3e divisie in Zwolle, en kreeg het 1e bataljon van het Regina Rifles Regiment opdracht om van Zwolle (Assendorp) te verplaatsen via Dalfsen en Rouveen naar Meppel om daar ergens positie in te nemen en het gebied te zuiveren van Duitsers. Als locatie werd zelfs ‘Poepershoek’ genoemd! Uiteindelijk betrok de staf van het bataljon het schoolgebouw in Nijeveen, aan de Dorpsstraat, en werden de vier compagnieën gelegerd bij de watertoren van Tuk, bij Thij, bij Zuidveen en aan het Roekebosch bij Kolderveen. Er hoorde ook een verkenningspeloton met brencarriers bij (een klein rupsvoertuig), dat bij Zwartsluis werd gelegerd. Rond twaalf uur op zondag 15 april waren de posities ingenomen.

Harmen Visser (1894-1945), de commandant van de groep Vollenhove van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (NBS) – zoals de KP groep ‘Oom Willem’ toen heette, zal ’s morgens vroeg op de hoogte gesteld zijn van de marsorders van de Canadezen, die om acht uur uit Zwolle vertrokken. Hij was belast met het commando over de afdeling Vollenhove, omvattende Vollenhove, Giethoorn, Blokzijl, Wanneperveen, Kuinre en Blankenham van de NBS.

Zondagmorgen om half acht begon de bevrijdingsactie. Het was een grijze, bewolkte dag. Commandant Visser had zijn uniform weer aan, en heeft mogelijk zijn motor weer in gebruik genomen – ’s morgens vroeg werd er in Vollenhove al het geronk van een motor gehoord. Jan de Lange (12) zag vanuit zijn ouderlijk huis aan de Kerkstraat aan de overkant de broers Buimer en andere ‘jongens’ van de NBS, met hun armband om, uit het huis van Buimer komen. Met zijn moeder toog hij naar de Voorpoort, want daar zou het wel gaan gebeuren: de bevrijding! Maar het was op het Kerkplein, waar om acht uur de hele groep stond aangetreden voor de laatste orders van commandant Visser, zo zag Wim de Oude (12) vanuit zijn slaapkamerraam.

De Vollenhoofse NSB-ers werden gearresteerd, onder wie het doktersechtpaar Jansen, die op havezate Lindenhorst woonden, en de gemeentebode D. die de laatste paar dagen de gevluchte NSB-burgemeester Van Driel had vervangen. Enkele achtergebleven Duitsers werden krijgsgevangen gemaakt. Ook een jonge vrouw uit de buurt behoorde tot de arrestanten: Piet Spans had haar regelmatig ‘in de blote kont’ zien paraderen voor de SS-ers die het huis van Van Kluyve in beslag hadden genomen, waarvan Piet uit hun boerderij zicht op de achterkant had.

Heine Rosema had de leiding over de operatie in het Nutsgebouw aan de Bentstraat, waar de gevangenen in werden vastgezet. In november was dit gebouw nog gebruikt door de Duitsers voor het gevangen houden van de polderwerkers na de razzia, alvorens ze te voet naar Meppel werden afgemarcheerd.

Als tijdelijk hoofdkwartier van de NBS werd villa Hagensdorp gebruikt, de woning van waterschapsontvanger Nering Bögel, die zelf overigens ernstig ziek was. Dit huis staat op de hoek van de Bisschopstraat en de Bentstraat, schuin tegenover stond tot 1970 het Nutsgebouw. Van hier uit had in juni de actie plaatsgevonden om het bevolkingsregister vanuit het stadhuis, iets verderop aan het Kerkplein, ‘veilig te stellen’. Daar was ook de jonge Laurent Nering Bögel bij betrokken, die eigenlijk al vanaf 1943 was ondergedoken bij familie in Wolvega. Hij werd op deze Bevrijdingsdag opgehaald uit Wolvega, en trof ’s avonds laat zijn ouderlijk huis aan met zo’n 30 mensen van de NBS, waaronder Coos en Jan de Koning (de latere minister) en Arrie en Arend Rodermond.

’s Avonds om half zeven, een uur voor de zon onderging, verschenen de Canadezen en was de bevrijding van Vollenhove en omgeving een feit. Het was één brencarrier van de eerder genoemde verkenningseenheid, gelegerd bij Zwartsluis, die op zondag 15 april rond half acht ’s avonds in Vollenhove terecht kwam. Aan de hand van het registratienummer 56 - C-216, te zien op de film die Wim van Heerde gedurende die dag met zijn 8-mm camera maakte van de gebeurtenissen, kon Teunis ‘PATS’ Schuurman de eenheid achterhalen. Dit verkenningspeloton had als opdracht om de streek te doorkruisen op zoek naar activiteiten van de vijand, en kwam uiteindelijk volgens hun logboek met zeven ‘onduidelijke figuren in Duits uniform’ aan bij het hoofdkwartier. ‘Ze zeggen dat ze Duitse soldaten zijn, dat zou kunnen.’

Pelotonscommandant van deze verkenningseenheid was luitenant Lorenzo 'Louis' Bergeron. Onder zijn leiding was het peloton in 6 juni 1944 op strand Juno in Normandië geland, op D-Day, en had het ook een belangrijke rol gespeeld bij de bevrijding van Deventer en Zwolle. Naast een commandovoertuig (een jeep?) bestond de eenheid uit vier secties van drie rupsvoertuigen, allemaal brencarriers Mk. I. De vier bemanningsleden waren een commandant, een chauffeur en twee soldaten. Zo’n brencarrier woog bijna 4 ton, was 3 m 65 lang, ruim 2 meter breed en bijna 1 m 60 hoog. De belangrijkste bewapening was een brenmitrailleur. De motor was een V8 3.9 liter van 85 pk bij 3500 toeren. Er was 91 liter benzine aan boord, waarmee men 250 km kon rijden met een maximale snelheid van 48 km/uur.

Voor Vollenhove betekende de komst van deze verkenningseenheid direct feest. De bevrijding werd gevierd op het Kerkplein. Daarbij waren ook nadrukkelijk de vijf bemanningsleden van de Amerikaanse bommenwerper Sleepy Lagoon aanwezig, hierboven al genoemd als bewoners van de boot in het Boschwijde. Op het balkon van toen het stadhuis, nu restaurant Seidel staan op bijgaande foto Keith Haight (links), Bart Calkins, Oakley Jackson (midden) and Vince Kelly (midden rechts). Leonard Lucas is niet goed te zien, en zwaait mogelijk met zijn pet. De foto komt uit het archief van ds. Honnef, Hervormd predikant in Vollenhove, die een dag later het bevel over de Groep Vollenhove van de NBS overnam van de toen gesneuvelde Harmen Visser. Het werd door zijn nabestaanden ter beschikking gesteld aan PATS.

Op de collagefoto bij villa Hagensdorp, woning van de familie Nering Bögel, op de hoek van de Bentstraat en de Bisschopstraat staan van links naar rechts Vince Kelly, Oakley Jackson, Bart Calkins, Leo Lucas, Keith Haight. Kelly draagt een pilotenjack met een witte bontkraag, de anderen hebben er een met een donkere bontkraag. De collage is gemaakt door Teunis ‘PATS’ Schuurman van 15 seconden vage 8 mm film, ‘geschoten’ door Wim van Heerde (1912 - 1997), de bovenkant komt van een ansichtkaartfoto die op dezelfde plek is gemaakt. Vollenhovenaar Wim van Heerde was een zoon van de ‘koperslager’ aan de Voorpoort, broer van Jo van Heerde die er vele jaren een installatiebedrijf en winkel had en getrouwd was met een dochter van verzetsman Piet IJspeert. Ook Hendrik, de schrijver van Garriet Jan en Annechien, was een broer. Zijn film was ter beschikking gesteld aan de Stichting Oudheidkamer Brederwiede in het begin van de jaren 1990 en onlangs teruggevonden in het depot van het Stadsmuseum. De kwaliteit was niet om naar huis te schrijven, met heel veel zwarte spikkels in beeld. Maar het geeft wel een uniek beeld van de voor Vollenhove zo bijzondere dag. Aangenomen wordt dat de opnamen niet gemonteerd zijn, en dus een chronologisch beeld geven. Het eerste standpunt van filmer Wim van Heerde is op de hoek van de Bentstraat en de Kerkstraat, richting het Kerkplein. In het gedrang wordt een burger opgebracht, met zijn handen omhoog. We zien de donkere bontkragen op de pilotenjacks van de bemanning van de Sleepy Lagoon. Burgers gearmd over straat. Vervolgens komen er ‘bontkragen’ uit het stadhuis, Harmen Visser verschijnt in de opening. Dan verplaatst de filmer zich naar het Nut, waar diverse leden van de NBS met de oranje armband om de arm heen en weer lopen en naar binnen gaan. Enkelen dragen leren jassen, de meesten hebben stenguns om de schouder, de loop naar beneden. Ze dragen gewone burgerkleren, geen overalls. Er komen mensen uit villa Hagensdorp. Er worden vier mannen in Duits uniform opgebracht. Ook een ‘foute’ politieman uit de polder wordt opgepakt. 

Dan komt er een brencarrier in beeld – dat moet dan al rond half zeven ’s avonds zijn. De Canadese bemanning wordt uitgebreid in close up gefilmd en twee nummers komen in beeld: C-216 en 56. Mensen klimmen op het voertuig. Ik denk de karakteristieke kop te zien van Piet IJspeert, pijprokend. Hij was de dag ervoor door twee (!) verzetsmensen bevrijd uit de wrede SD-klauwen in Heerenveen, de Crackstate. Ds. Honnef zat ondergedoken in Wolvega. Om twee uur die middag had Nering Bögel in Wolvega bericht van Harmen Visser gekregen dat hij nog die dag zou worden opgehaald. Het bleek een taxi van De Wit-Boers, die ook ds. Honnef, diens vrouw en Piet IJspeert naar Vollenhove bracht via controleposten van de NBS bij Blesdijke, Giethoorn en Sint Jansklooster waar de oranje armband met zwarte letters B.S. (Binnenlandse Strijd Krachten) met het stempel der Gemeente Vollenhove vrije doortocht gaf.

De film gaat verder. Kinderen, met feesthoedjes op en vlaggetjes in de hand, maken een rondedans. De allerlaatste ‘foute’ burgemeester-voor-enkele-dagen, gemeentebode D. wordt kaalgeschoren op een klein plukje na en meegevoerd in een optocht ‘rond de poort’, met de fanfare in uniform en vaandel voorop – voorafgegaan door twee in het wit geklede meisjes die een spandoek met ‘Holland en Oranje’ omhoog houden, en begeleid door een politieman in uniform. Er rijdt ook een jeep mee, en er lopen leden van de NBS mee met armband en anjer. Op de Voorpoort wordt halt gehouden bij Hotel Van de Veen. Hier wordt het Wilhelmus gespeeld onder grote belangstelling. En dan schakelt het beeld over op de begrafenis van Harmen Visser, op zaterdag 21 april – zes dagen later.

De film is te zien in het Stadsmuseum Vollenhove.

Met dank aan Teunis PATS Schuurman, zie www.teunispats.nl/wo2.htm