Het Oldehuisplein werd gevormd door acht huisjes, waarvan mogelijk zeven originele Schokkerhuisjes, heropgebouwd met materialen die vanaf het eiland Schokland waren meegevoerd bij de ontruiming.
Op oude foto’s, o.a. gemaakt in 1913 of 1914, is goed te zien dat er verschil zit in de drie meest westelijke huisjes, het dichtst bij de toegang tot het schiereiland, en de vijf huizen daarnaast.
In 1899 heeft een grote brand plaats gevonden, waarbij vijf van de acht huisjes onherstelbaar zijn verwoest. Op die plek zijn in 1900 nieuwe huizen gebouwd, nu met een verdieping waarop twee slaapkamers – en een plek voor de ‘ton’. Twee van die huizen hadden een ‘eerste steen’ met inscriptie.
Bij nader onderzoek blijkt het eerste huis een andere geschiedenis te hebben dan de zeven andere. In ieder geval is het adres ouder, Oldehuis 1 bestaat al in 1851. In 1862 wordt de grond op het terrein van het fort verkocht, dan grotendeels in handen van Lieuwe Klazes Visser uit Harich – mogelijk een zetbaas van plaatsgenoot jhr. Van Swinderen onder wiens leiding het restant van het Oldehuis is afgebroken en het terrein afgegraven. Dan worden de kavels A453 tot en met A460 gevormd waarop de acht huizen komen te staan, mogelijk ook een nieuw huis met adres ‘Oldehuisplein 1’. Aannemer Jan van Smirren, grootvader van de latere vishandelaar, koopt een groot stuk. De zeven andere bouwkavels gaan naar Schokker vissers. Enkele huizen worden gebouwd – althans geregistreerd - in 1864, waaronder twee van vissers die hun huis hadden meegenomen van Schokland, de laatste drie in 1867 – waaronder ook weer één van iemand die zijn huis had meegenomen. In een opsomming wordt gesteld dat er in 1862 8 Schokker families ‘op het fort’ woonden. Dat is alleen te rijmen met de kadastergegevens indien er voor die tijd ‘illegaal’ is gebouwd en gewoond. Overigens woonde er in een huisje naast de werf ook een Schokker: Willem Zalm met zijn vrouw, al in december 1858 gekomen. Het adres is (later) Oldehuisplein 9a, een nummering die steeds aan de omstandigheden wordt aangepast. Op de werf zelf woont eigenaar Timen Louis.

In 1914 bouwt Van Smirren naast deze huizen, aan de oostkant dus, een visconservenfabriek, vooral garnalenkokerij. Het bestaat uit een laag gedeelte en aan de oostkant een iets hoger deel. Na het faillissement van Van Smirren in 1916 wordt dit gebouw overgenomen door de firma Gombrun, maar ook die stopt in 1920. De gemeente koopt het gebouw, en maakt er vijf huurwoningen van.
Vanaf dat moment wonen er 13 gezinnen, maar soms wel meer, op het kleine schiereiland. In de hoge huizen wonen soms twee gezinnen. De ingang van de ‘nieuwe’ huizen is aan de achterkant (noordkant), dat wil zeggen dat men voor de andere huizen langs om de kop van het gebouw heen moest lopen. Voor kinderen was het gevaarlijk vanwege de steile kant naar de haven, vaak moesten ze bij het buitenspelen een bokkentuig aan.
Op de toegangsweg kwam er in 1913 ook een ansjoviskelder van Van Gulik, vlak na de scheepswerf.

De huisnummering op het Oldehuisplein is rond 1920 als volgt: 1 t/m 8 de oorspronkelijke 3 en 5 nieuwe huizen, dan de 5 ‘noodwoningen’, vervolgens ansjoviskelder, scheepswerf met huisje er naast.

Vrijgezel Harman de Boer (1885-1967), geboren op het Oldehuisplein, is uiteindelijk eigenaar van 3 van de huizen, naast 3 huizen in ‘Ruimzeezicht’, het voormalige pakhuis van Jan van Smirren naast de haventoegang.

Oldehuisplein 1

Hier stond het eerste huis ‘op het fort’, mogelijk op dezelfde plek als de woning bij de ‘weeffabriek’. Een deel van de kavel van Evert Hendriks Ekker, verkocht aan timmerman Evert Ekker die een behoorlijk stuk grond verkoopt aan Jan van Smirren, aannemer. Die verkoopt het aan zijn zoon Arie Jan. Het huis wordt bewoond door schildersknecht Johannes Jongman (1803-1860) met vrouw en kinderen, mogelijk al sinds 1850!
Simon Berend IJspeert (1838-1926), visser, woont er, krijgt er kinderen bij zijn eerste (1862) en tweede vrouw, waaronder Remmelt op 14-5-1868. Zij vertrekken rond 1880 naar de Gasthuissteeg. Jacobus Vis wordt eigenaar in 1892, maar woont aan het Kerkplein. De tuin is in 1885 vergraven ten behoeve van de vergroting van de haven. Het blijft onduidelijk wie hier dan woont, mogelijk is het Arie Jan van Smirren zelf, de eigenaar, tot zijn huwelijk in 1888.
Vervolgens is Harm Rozeboom (22-11-1846 – 24-7-1938) vanaf 1908 eigenaar, en bewoner, gehuwd met Annigje Schuring (9-4-1850 – 25-5-1929). Harm is vissersknecht, een zoon van Hendrik (1812-1888) en kleinzoon van Teunis Wichers (1776-1837). Hij blijft er wonen tot zijn dood, bij ongehuwde zoon Tiemen die het huis overneemt in 1918 en in 1938 verkoopt aan Jan Dragt. Dan wordt Hendrik Jan Visscher in 1954 eigenaar, tot de gemeente het overneemt voor de sloop.

Oldehuisplein 2

Albert Thijmens de Boer (28-11-1790 – 1-5-1863) komt op 1 juni 1859 met zijn vrouw Jannetje Klappe (5-11-1794 – 9-8-1863) naar Vollenhove met zijn dochters die allebei Maria heetten. Zijn zoon Jan (1822-1864) was al op 13-5 met zijn gezin gekomen, zoon Tijmen kwam op 21-6 met zijn gezin – hij vestigt zich hiernaast.
Pas in 1866 wordt het eigendom ingeschreven in het kadaster, met dochter Maria (24-10-1838 – 23-9-1923, betovergrootmoeder van Bruno Klappe uit Eindhoven) als eigenaresse. Beide ouders en broers zijn dan al overleden!
Het huis wordt in 1870 verkocht aan Willem Kwakman (7-2-1842 – 7-7-1913), die op 10 mei 1859 met zijn vader Cornelis (1806-1880) naar Vollenhove kwam en in de Kerkstraat ging wonen. Zijn broer trok later naar Volendam en was stamvader van de ‘Ballap’ clan, zie Schokker Erf 28. Willem viste met de VN44 en vanaf 1886 met de VN129 (14 ton). Hij trouwde in 1865 met Pietertje Alberts Konter (1842-1934).
Later treffen we op dit adres zijn zoon Cornelis (21-4-1867 – 20-2-1942), getrouwd met Jacobje Mossel (14-4-1868 – 18-4-1948). 
Vervolgens wonen hier zijn op dit adres geboren dochter Eva (12-9-1871 – 5-1-1945) en haar man Albert Tijmens Klappe, visser (9-1-1873 – 3-1-1945) met hun pleegkind Antonius Hueting. Bij de boedelscheiding in 1920 wordt het RK Armbestuur mede-eigenaar, en in 1945 volledig eigenaar. Het pand wordt geveild in 1948 en wordt via timmerman Jacob Roebers doorverkocht aan Geuje Ziel, landarbeider, tot het in 1957 overgaat naar de gemeente.

Oldehuisplein 3

Tijmen Alberts de Boer (1824 – 1864) kwam op 21 juni 1859 naar Vollenhove, en bracht zijn eigen huis mee. Hij was gehuwd met Petronella Visser (1818-1908), zo werd zoon Jan (1850-1927) ook wel ‘Jan Pieter’ genoemd naar zijn moeder Pietertje (zijn vader overleed toen Jan 14 was). Hij viste met de VN111. Overigens woonde ook opa Bruin Peters Visser (10-8-1788) hier tot aan zijn vertrek op 11-6-1874 naar Kampen, Pietertje volgde twee maand later. Vanaf 8 augustus woont Jan er dan alleen met zijn dan pas gehuwde vrouw Tonia Maria Zoetebier. 
De kinderen van Jan werden visser, en kregen allemaal bijnamen. Van Johan (1888-1904) weten we die niet, wel dat hij verdronk in de buurt van Urk.
Tijmen (1881-1958) noemde men Lieve Tijm, hij viste met de VN7. Everardus (1883-1965) werd Eimpien genoemd en had de VN58, Bruin (1886-1964) was Gokkes op de VN26, en Albertus of liever Abe (1891-1967) was ‘de Schreeuwerd’.
In 1920 wordt het huis verkocht aan de aannemers/timmerlui Jan Hendriksz. Dragt en Jacobus Driezen, huurders zijn o.a. Cornelis en Hendrik Rozeboom en Cornelis Apeldoorn.

Oldehuisplein 4

Louwe Kobus Diender (16-8-1820 – 27-7-1893), visser op de VN20 van 8 ton, kwam op 1 juni 1859 met zijn vrouw Berendina Mommendé (1820-1905) en twee kinderen en zijn vader Kobus Louwe (27-10-1795 – 15-8-1879) naar Vollenhove. Bijna een jaar later wordt op het Oldehuisplein zijn derde kind geboren, Albert Louwen (17-5-1860 – 9-1-1939) die zijn leven lang hier zou blijven wonen, getrouwd met Catharina de Boer (25-9-1864 – 19-7-1947).
Ook hun kinderen bleven in Vollenhove. Zus Lummigje (4-3-1858 – 7-9-1938) wordt beschreven in Schokker Portretten, hoofdstuk 27. Zij trouwde met Schokker Willem Jongsma, beschreven in hoofdstuk 46.
Bijzonder is dat in het kadaster de kavel van dit adres is verwisseld met dat ernaast, van Oldehuisplein 5. Kavel A456 komt in 1867 op naam van Kobus Diender! In 1879 wordt het verkocht aan Louwe Diender, in 1890 aan Albert Diender die het huis herbouwd in 1900. In 1930 is er een boedelscheiding/herverdeling, in 1944 wordt het verkocht aan Johannes Lok, spoorwegportier te Haarlem, met de bedinging dat weduwe Diender - de Boer levenslang vruchtgebruik krijgt. In 1947 wordt het dan verkocht aan Antonius Johannes Meijer, landarbeider, in 1957 gaat het naar de gemeente.

Oldehuisplein 5

Jan Alberts Klappe (17-11-1813 – 30-10-1896) kwam op 22 mei 1859 naar Vollenhove met vrouw Jannetje Dirks de Boer (17-11-1813 – 8-3-1900) en drie kinderen. Hij is in 1867 eigenaar van kavel A457, dat eigenlijk ‘onder’ Oldehuisplein 4 lag. Zoon Dirk (29-12-1854 – 24-4-1937) trouwde in 1885 met Eva Kwakman (1864-1934), ‘met de helm geboren’ en werd in 1892 eigenaar. Hij viste met de VN39 van 16 ton, mogelijk eerder met de VN3. Deze ‘Derk van Jan van Abe’ wordt beschreven in hoofdstuk 57 van Schokker Portretten. Bij de herbouw in 1900 van het afgebrande huis wordt de eerste steen gelegd door zijn net nog geen driejarige zoontje Theodorus Antonius (26-4-1897 – 15-6-1980), roepnaam Dirk.
De andere zoons van dit echtpaar waren Jan ‘de Stoppe’ (1894-1959) van de VN61, gehuwd met Johanna Ouderling (1897-1953) – zie Schokker Erf 86, p34-35, Cornelis ‘Kees de Fluiter’ (1895-1973, gehuwd met Grietje Jongman 1897-1953), en Wilhelmus (1898-1945, omgekomen bij Ruurlo door de oorlog).
In 1935 wordt het huis verkocht aan Harman ‘van’ (de) Boer, die het in 1956 verkoopt aan Marinus Slimmen, landarbeider. In 1957 gaat het naar de gemeente.

Oldehuisplein 6

Harmen (de) Boer (10-4-1810 – 9-8-1886), visser en later winkelier, kwam op 19 mei 1859 naar Vollenhove met zijn vrouw Antonia Diender (7-3-1813 – 8-7-1889) en hun drie zoons Louwe, Tijmen en Albert. 
Albert (28-8-1858), beschreven in Schokker Portretten hoofdstuk 9, huwde later met de Vollenhoofse Anna Maria Catharina Dierkes (23-7-1863 - 4-3-1953) maar heeft geen Vollenhoofse nazaten in rechte lijn. 
Tijmen (9-12-1852 – 8-5-1934), beschreven in Schokker Portretten hoofdstuk 14, neemt het huis over in 1889. Zijn zoons bleven in Vollenhove, op Tiemen (1896-1978) en Jan (1898-1976, ze hadden samen de VN12) na. Tiemen legde de eerste steen in 1900 van de nieuwbouw na de brand van 1899.
De zoons worden allemaal ‘van Boer’ genoemd. NB: in het kadaster staat Harmen (de) Boer! Harman van Boer (1885-1967) blijft ongehuwd, vist op de VN3 en belegt zijn verdiende geld in de woningen op het Oldehuisplein (1914: 7, 1935: 4, 1942: 6) en in drie die hij had laten maken in het oude vispakhuis van Van Gulik dat vanaf toen ‘Ruimzeezicht’ heette.
Albertus ‘de Barreboer’ (1886-1948) trouwde in 1909 met Aleida Konter en viste met de VN101. Willem ‘de Paus’ van Boer (1892-1940) was naast visser op de VN113 ook kerkmeester. Louwe ‘stront’ van Boer (1894-1960, VN22) kreeg zijn bijnaam via zijn vrouw Anna Bisschop, zij betrokken de woning naast de havenbrug, zij bedacht de naam ‘Ruimzeezicht’.

Oldehuisplein 7

Louwrens Harmens (de) Boer (8-10-1840 – 10-7-1910), schipper van de VN7 (12 ton), broer van Tijmen die op nummer 6 woonde, trouwde in 1867 met Catharina ten Den (3-5-1843 – 24-5-1892). Hij kocht het huis overigens pas in 1876 van Albert Louwe Diender (28-5-1787 – 10-7-1869), die op 19-5-1859 met vrouw Jannetje Goosen (27-1-1793 – 31-10-1871), dochter en twee kleinkinderen naar Vollenhove kwam en zijn eigen huis meenam. Maar hij vertrok al op 1 oktober 1861 naar Kampen! Mogelijk woonde vader Kobus Diender een tijdje op dit adres, zoon Louwe van Oldehuisplein 4 had toen al drie kinderen.
Alle kinderen van Louwrens de Boer worden hier geboren.  In 1900 wordt het huis herbouwd. 
Oudste dochter Anna Maria de Boer (7-10-1873 – 18-2-1914) trouwt in 1903 met Louwerens Jongsma (22-9-1878 – 15-2-1908), zoon van Willem Lolles Jongsma en Lumme Diender, zie Schokker Portretten hoofdstuk 46. Moeder is dan al 11 jaar overleden, vader blijft mogelijk inwonen.
Ze krijgen vier kinderen. Een jaar na de dood van haar man hertrouwt Anna met Johannes Albertus Kwakman (17-7-1878 – 20-4-1914) die bij haar intrekt, ze krijgt van hem nog drie kinderen. 
Het huis wordt in 1914 verkocht aan Harmen ‘van’ Boer, de vrijgezelle buurman, die zo zijn geld belegt. Louw de Boer was zijn oom.
De volgende bewoners zijn Teunis Wichers Rozeboom (13-11-1838 – 17-9-1927), visventer, en zijn zoon Hendrik, visser, die na het overlijden van zijn vader naar Enschede trekt maar een jaar later terugkeert naar het Oldehuisplein, maar nu op nummer 3. Teunis is overigens een neef van Harm die op Oldehuisplein 1 woont. Teunis woonde oorspronkelijk in het kleine huisje naast de scheepswerf, met zijn vrouw Geesje Zandbergen (1839-1909) en 5 kinderen (Oldehuisplein 10, voor de nieuwbouw). Vervolgens wonen er Steven Harms Vis en Theodorus Antonius Klappe.

Oldehuisplein 8

Klaas Alberts Klappe (10-12-1827 – 4-11-1872, verdronken) kwam op 21-6-1859 naar Vollenhove. Zijn huis had hij meegenomen en dit werd vermoedelijk heropgebouwd op het Oldehuisplein in 1863. Hij was getrouwd met Maria Broodbakker (15-8-1828 – 9-9-1882) en ze hadden toen al vier kinderen, later kwamen er nog vijf. Kavel A453 komt in 1863 op hun naam, in 1864 zou het huis gebouwd zijn.
Weduwe Maria hertrouwt in 1874 met Jacob Alberts Konter (1824-1914) die het huis in 1873 koopt. Na haar overlijden gaat het huis naar dochter Aaltje.
Dochter Aaltje (Aleida) Klappe (30-10-1856 – 19-6-1934), zie Schokker Portretten hoofdstuk 55, trouwt in 1884 met Jan Kwakman (23-3-1859 – 8-6-1930). Hij had met zijn vader een schip, de VN82, dit gaat over van vader op zoon, in 1885 laat Jan de VN126 van 14 ton bouwen. Vader Cornelis Kwakman (7-8-1834 Edam – 14-6-1907), in 1858 getrouwd met Maria Janssen Karel (31-10-1832 – 17-2-1901), kwam op 17 mei 1859 naar Vollenhove met zijn pasgeboren zoon Jan. Zie ook ‘het product Nico Kwakman’ over Jans achterkleinzoon. 
Het huis wordt in 1900 herbouwd na de brand van 1899. In 1952 wordt het verkocht aan Harm Jongman, in 1957 gaat het naar de gemeente.
Het lijkt er op, dat na het overlijden van Aaltje Kwakman-Klappe hier Willem Cornelis Mossel (1909-?) nog enkele jaren heeft gewoond met zijn vrouw Aleida Maria en dochter.

Straatverlichting

Op 4 januari 1883 werd in de gemeenteraad van de Stad Vollenhove een ingekomen verzoek behandeld van de zes van de zeven Schokker vissers op het Fort: J. de Boer (1850-1927, woonde op nummer 3), W. Kwakman (1842-1923, nr 2), L. Diender (1820-1893, nr. 4), J. Klappe (1813-1896, nr. 5), H. de Boer (1810-1886), nr 6) en L. de Boer (1840-1910), nr 7. J. Konter op nummer 8 deed kennelijk niet mee.
Men vroeg of men kon worden opgenomen in de gemeentelijke straatverlichting. Het verzoek werd terzijde gelegd wegens… ‘niet op zegel gezet’.

Op 18 februari 1910 wordt een nieuwe poging ondernomen door Tijmen de Boer (1852-1934 van nr. 6) en 12 mede-ondertekenaren:
Het gaat nu ook om de weg naar het Fort. Gelukkig komt men nu tenminste één stap verder…