havezate Plattenburg in VollenhoveIn de Bisschopstraat staat de vroegere havezate Plattenburg (exacte locatie:  52°40'51.69"N  5°57'8.73"O. Het heeft jarenlang dienst gedaan als kantoor voor het Waterschap Vollenhove, daarna was het enkele jaren in gebruik bij de Gemeente Brederwiede en nu is het weer in particulier bezit. Het recht van havezate lag oorspronkelijk echter op een ander huis aan de Bisschopstraat, Oud Plattenburg.

Op verzoek van de koper van dit huis, ritmeester Jan Sloet, werd door Ridderschap en Steden op 27 maart 1715 toegestaan, dat de gerechtigheid van Plattenburg verlegd werd op het huis, waar hij toen in woonde in de Bisschopstraat, zijnde het tegenwoordige Plattenburg.

Het linker gedeelte (vier ramen) is het oudste - vermoedelijk uit de 16e eeuw, het rechter (ook vier ramen) is van jongere tijd. Dit werd het Morrenhuis genoemd, naar de uit Kampen afkomstige adellijke familie Morre - die overigens ook het linker huis bezat, mogelijk het ook liet bouwen rond 1572). In 1699 kocht Arend Sloet van Tweenijenhuizen (1660-1706) het pand van de weduwe van Egbert Morre, mogelijk al voor zijn jongste broer Jan, hierboven genoemd, die verderop in een bouwvallig huis woonde. Vroeger had - te zien aan de kapconstructie - het huis drie puntgevels, lopende noord - zuid, nu twee daken met een zakgoot oost - west. Onder de linker woonkamer een kelder; deze ontvangt licht door een koker naar de straat, waarvoor een raampje was dichtgemetseld. Onder de daarnaast liggende kamer ook een kelder, maar door een muur van eerste gescheiden. In 1944 werd een gat gemaakt in die muur en toen bleek, dat in de dichtgemaakte kelder enige gemetselde bakken waren.

Links in de gevel is een steen met het alliantiewapen Sloet - Buckhorst met helm en helmteken, de halve maan met er onder "Plattenburg". Deze steen houdt de herinnering levendig aan Jan of Johan Sloet de Jonge (1550-1612) toe Salk (Zalk), die stierf 21 november 1610, en zijn vrouw Florentina van Buckhorst, Vrouwe van Buckhorst en Zalk, overleden 21 november 1612.
Haar dochter, getrouwd met zijn neef waren eigenaren van Oud-Plattenburg en lieten deze gevelsteen vervaardigen. Jan Sloet tot Salk was vanaf 1581 drost van Vollenhove en kastelein (beheerder) van de heerlijkheid Kuinre, en was in 1609 mede-ondertekenaar voor Overijssel van het verdrag waarbij het Twaalfjarig Bestand in de oorlog tegen Spanje werd gesloten. Bij verlegging van het recht van havezate in 1715 is deze steen verplaatst naar het huidige Plattenburg.

Een andere Jan Sloet (1664-1722) - verre familie - werd van Plattenburg (dat hij kocht in 1703, omdat zijn oude huis Plattenburg al sinds 1674 onbewoonbaar was) verschreven in 1705, hij overleed in 1722. Pas in 1715 werd het Morrenhuis Plattenburg genoemd. In een register (1695 - 1745) van de jaarlijkse uitgangen van 't Ecclesiastieke Rentambt van Vollenhove staat dat de jaren 1718 t/m 1721 door de drost Sloet als benificiaire erfgenaam van J. Sloet tot Plattenburg zijn betaald. Het gaat hier om Jan's broer Arent Herman tot Hagensdorp (1662-1728), drost van Vollenhove sinds 1712. Verder luidt in het tweede deel van dit register de omschrijving tot 1745: Jr. Mulert, nu rentmeester Joan Sloet uit zijn huis en havezate Plattenburg binnen Vollenhove, nu de erfgenamen van mevrouw van Lindenhorst.

Arent Herman overleed ongehuwd, en de rechtstreekse lijn Sloet van Tweenijenhuizen sterft hier met hem uit. Dus erven de minderjarige kinderen van het zeer verre familielid (beiden stammen af van Johan Sloet (1465-1551) van Tweenijenhuizen, 5 en 6 generaties terug) Coenraad Willem Sloet tot Lindenhorst (1687-1724). Omdat Jan vóór Arent Herman overleed, hoort ook Plattenburg bij dit erfgoed en zo erven deze kinderen van Coenraad Willem het in 1728.
Voor het Gericht verscheen 28 februari 1729 Vrouwe Anna Judith van Echten (1686-1742), douairiere landrentmeester C. W. Sloet tot Lindenhorst als wettige voogdes van haar minderjarige kinderen, erfgenamen van wijlen de landdrost Arent Herman Sloet tot Tweenijenhuizen en Hagensdorp, die verklaarde verkocht te hebben aan Philip Gerrit van Echten de havezate Plattenburg met huis en hof, nevens het recht van verschrijving ten landsdage, met de schuur en stalling daartegenoverstaande in de Bisschopstraat, zijnde deze havezate volgens contract of maagscheiding van 14 januari 1729 met Gijsbert Frederik Sloet tot Marxveld, de minderjarige kinderen van verkoopster toegedeeld.

De nieuwe koper, Anna's jongere broer Philip Gerrit van Echten (1701-1755)  werd in 1731 van Plattenburg en in 1738 van Oldruitenborgh verschreven. Hij verkocht Plattenburg 3 maart 1747 aan zijn broer de kapitein Evert Jan (1696-?), die er van verschreven werd in 1747.
Philip Gerrit van Echten van Oldruitenborg verklaarde voor het Gericht, als volmacht van zijn broer Evert Johan bij akte van 4 augustus 1752 verkocht te hebben aan zijn neef Lodewijk Arent Sloet tot Warmelo de havezate Plattenburg met huis, hof en schuur in de Bisschopstraat met recht van verschrijving ten landsdage. Aankoper nam daartoe geld op en stelde Plattenburg met stalling, daartegenover staande [nu Bisschopstraat 39] , als onderpand.

Lodewijk Arent Sloet (1720-1790), ritmeester bij de cavalerie (regiment Van Rechteren), trouwde in 1753 met Johanna Geertruide Juliana van Sytzama (1732-1771) en werd (pas) van Plattenburg verschreven in 1774 vanwege zijn militaire carrière waarin hij het tot luitenant-kolonel bracht met een eigen regiment. In 1780 bepaalde hij bij testament van 12 november dat alle vaste goederen onverdeeld zouden blijven totdat de jongste der drie dochters meerderjarig was. Tot dat tijdstip zullen de twee jongste dochters op Plattenburg, zijn tegenwoordige woonplaats, mogen blijven wonen, de hof en schuur tot hun gebruik hebben enz. In een later testament vermaakte hij aan zijn oudste dochter Johanna Catharina (1760-1816), gehuwd met Floris Willem Baron Sloet tot Warmelo en Kersbergen (1753-1838) zijn huis en havezate Plattenburg met hof, grond en wheere, met het huis en grond ten oosten daarvan en de schuur tegenover Plattenburg. Verder een Bente (grasland in de Bentpolder) achter de Toutenburg, die door hem in 1791 van de Geestelijkheid van Vollenhove is gekocht. Dit alles onder beding dat deze dochter aan haar beide zusters een genoemd bedrag moet uitkeren. Hij wenst tevens dat deze havezate en goederen niet buiten de familie zullen worden verkocht of veralineerd worden zolang er wettige afstammelingen in de familie zullen zijn te vinden. De Bente is daarvan uitgezonderd. Omdat hij geen mannelijke afstammelingen naliet stierf de tak Sloet tot Plattenburg met hem uit.
Door erf of verkoop kwam Plattenburg vervolgens in 1808 het bezit van het geslacht Van Ittersum. Johanna Catharina's zuster Anna Johanna Judith Sloet tot Plattenburg (1756-1816) was gehuwd met Frederik Alexander baron van Ittersum tot Oosterhof (1737-1783). Hun zoon baron Willem van Ittersum (1777-1854) kreeg er 8 kinderen tussen 1803 en 1814 maar verhuisde (vóór 1830) naar Zwolle.

Van 1839 tot 1877 wordt Plattenburg verhuurd aan het kantongerecht (opvolger van het vredegerecht dat van 1811 tot 1838 had bestaan) - waarvoor het pand wordt verbouwd - en vanaf 1873 aan het waterschap Vollenhove.

Ondertussen verkochten de kinderen van de zoon Willem van Ittersum tot Oosterhof (1777-1854), dus de achterkleinkinderen van de laatste Sloet tot Plattenburg, de havezate Plattenburg met aanhorigheden, in 1863 (kadaster: deels 1868) aan aannemer/timmerman Teunis Spit, de buurman. Ze hadden het verkregen uit de ouderlijke nalatenschap en die van hun broer Frederik Ernst Alexander van Ittersum (1805-1860) die Vollenhove al in 1830 had verlaten. Spit  restaureerde en verbouwde het met afbraakmateriaal van de naburige havezate Cannevelt in 1870. De tuin, waarin voorheen ook Cannevelt, was toen 6780 m2 groot en liep tot aan de Groenestraat en Kerksteeg! Spit kocht ook de (paarden)stal met erf aan de overkant van de straat en verbouwde deze tot stadsboerderij (nu Bisschopstraat 39, woonhuis).

In een kasboek in het archief op Marxveld staat te lezen over Plattenburg:
Kamerhuur kantongerecht 1865 - 1877; huishuur van de kantonrechter, griffier kantongerecht en secretaris Waterschap; kamerhuur Dijkbestuur 1873 - 1889; huishuur dokter (L. van Duin) 1887 - 1906. De tuin werd aan diverse mensen verhuurd: speelterrein freule Sloet van Marxveld 1893 - 1895. In de tuin aan de Groenestraat was vroeger een tennisbaan. De koperen bel van het Kantongerecht wordt bewaard op het gemeentehuis [en hangt nog steeds in de hal van Oldruitenborgh]. Verder: 1865 turfschuur tot woning gemaakt; 1867 koetshuis vernieuwd [Bisschopstraat 39]; verkocht 2790 gele kleine klinkersteentjes aan de Roomse gemeente [voor de vloer van de toenmalige kerk misschien? Zie Heilige Geestkapel]; 1875 schuur tot woning gemaakt [dit huis is in 1930 gesloopt]; Plattenburg verlat; 1891 Drok, wapensteentje geverfd (voor goud f. 1,25) f. 1,50.

In 1879 werd het toebedeeld aan zijn zoon Ari Spit.
Bij akte van 1 januari 1890 verkocht Ari Spit het huis Plattenburg aan het Waterschap Vollenhove, bestaande uit huis en erf (kavel A 501) en een gedeelte van de tuin (kavel A 594). Die enorme tuin wordt stukje bij beetje verkocht om huizen te bouwen: in 1915 links naast Plattenburg het huis voor burgemeester Van Suchtelen, aan de Groenestraat in 1925 het huis (later burgemeesterswoning) en naastgelegen kantoor van notaris Koch, en begin jaren 1940 woonhuizen aan Groenestraat en Kerksteeg voor ambtenaren van Zuiderzeewerken. Een groot deel en de schuur was in 1923 eerst al verkocht aan baron A.H. Sloet van Marxveld. In 1930 verkocht Spit het laatste stuk aan het Waterschap.

In Plattenburg woonden ook nog lange tijd de opzichter en de secretaris (tot 1921) van het Waterschap, twee particulieren en was er de apotheek van dokter Halbertsma (tot 1922).

Nadat door het samenvoegen van de regionale waterschappen het Waterschap Vollenhove ophield te bestaan in 1995 werd het gebouw verkocht aan de Woningstichting Brederwiede. Vervolgens stond het pand enkele jaren leeg, totdat het na restauratie als expositieruimte en als kantoor van de Sector Samenlevingszaken in gebruik werd genomen door de gemeente Brederwiede.
Havezate Plattenburg is na de gemeentelijke herindeling in 2001 weer buiten gebruik geraakt. Het pand Bisschopstraat 50, omschreven als herenhuis, wordt dan te koop aangeboden voor ruim € 770.000. De volgende beschrijving gaat er bij:

In de kern van Vollenhove gelegen havezate met tuin en parkeerterrein (14 auto's). Het betreft hier een rijksmonument, oorspronkelijk uit de 16e eeuw. Laatstelijk in gebruik geweest bij het waterschap. Veel oude elementen zijn bewaard gebleven. Het pand is deels onderkelderd (tongewelf en stookkelder). De begane grond heeft een effectief vloeroppervlak van ca. 210 m2 en bestaat uit een paar stijlkamers, kantoorrruimten, keuken, toiletten en een grote kluis. De eerste verdieping heeft een effectief vloeroppervlak van ca. 180 m2 en bestaat uit diverse kantoorruimten, een pantry en een zolderberging. De zolderverdieping bestaat uit 4 zolderruimten. Het pand verkeert in een goede staat van onderhoud en is voorzien van CV-gas. Het object is geschikt voor velerlei doeleinden.

In 2004 werd uiteindelijk een particuliere koper gevonden. Deze bood ook logies en ontbijt. In 2018 werd het opnieuw verkocht, aan een investeerder die ook de als hotel gebruikte havezate Oldruitenborgh had gekocht en in Plattenburg een dependence daarvan wilde inrichten. Tot op heden was daar echter niets van te merken en lijkt het gebouw verlaten.