het pand Kerkstraat 72 uit 1686 was lange tijd een bakkerij, daarna kruidenierswinkel. Het interieur daarvan is behouden gebleven.

Ieder huis heeft zijn verhaal, maar niet van ieder huis is dat verhaal bekend en ook niet altijd even belangwekkend. Bovendien is er in de regel niet veel meer over bekend. Anders is dat met het huis aan de Kerkstraat nummer 72, waar aan de gevel te zien is hoe oud het huis is: 1686. Bovendien ademt het interieur nog altijd de sfeer uit van voorbije tijden. Het pand lag aan wat men vroeger ‘De Hollandse Plaetse' noemde, één van de pleinen in Vollenhove. Het staat afgebeeld op vele ansichten en foto's uit het verleden. Het huis heeft altijd met ovens te maken gehad. Het herbergde een bakkerij, een kruidenierswinkel (waar men hammen en worsten rookte), en een pottenbakkerij. Een pand van het ambacht dus, maar nu is het gewoon een woonhuis.

Er is bekend dat het huis ten prooi is gevallen aan de vlammen: "t Huis an de Hollantsche plaatz is anno 1678 op St. Jans naght (- van 23 op 24 juni - P.) afgebrandt ende de plaetz met de reliquien met consent ende approbatie van desen Ed. Achtb. Gerichte vercocht an Jan Hopman de backer voor vierhondert car.gl. ....' uit een akte rond de nalatenschap van de eigenaar vanaf 1686. 

Niet met zekerheid is echter aan te geven of de in de eerdere acte van 1674 genoemde Jan Backer identiek is aan Jan Hopman, zie verderop. In de uitdelingslijst van 1679 inzake de brandschade worden namelijk genoemd 'de kinderen van Jan Backer' terwijl Jan Hopman in 1684 nog moet hebben geleefd.

In 1686 is het huis herbouwd en uit de gegevens blijkt, dat het een lange reeks van jaren bezit blijft van de erfgenamen van de molenaar van Vollenhove, Jan Willem van der Meulen (?-plm. 1671).

In 1674 was er een zekere Jennetien Wents, een weduwe, die met de dominee van Beulake wilde trouwen. Beulake, een toen nog bestaand dorp, met als inwoners turfboeren en veenarbeiders. Jennetien (officieel Johanna) was de weduwe van Jan Willem van der Meulen - voor beiden was het een tweede huwelijk -  en via zijn erfenis was er een bezitting, bestaande uit een half huis, aan de Hollandsche Plaetse in de Stad Vollenhove. Op dat moment werd het huis bewoond door Jan Backer. Het laat niets te raden over wat het beroep van deze man moet zijn geweest.

Vermoedelijk wordt hier Jan Hopman bedoeld, deze kwam als bakker in 1672 naar Vollenhove. Hij werd rond 1650 geboren in Rouveen, trouwde in 1673 met Geertjen Lijnjes uit Steenwijk en woonde in 1682 in een eigen huis met één vuurplaats en een oven gelegen op driekwart van de Kerkstraat. Ze kregen drie dochters en een zoon.
Hun zoon Arent Hopman werd rond 1688 geboren en is overleden in 1749. In 1748 bleek hij in te wonen bij bakker Ariaan Guijking en diens vrouw Wijchertje Mons. Ariaan, geboren in 1718 op de Halle bij de Oldenhof, trouwde in 1743 en was in 1744 naar Vollenhove gekomen. De vermelding meesterbakker  doet vermoeden dat hij de bakkerij heeft overgenomen.

Op 1 april 1748 verkoopt Arent Hopman "ten profijte van Adriaen Geuking en sijn huysvrouwe Wijgertien Mons, desselfts huys, hoft en weere binnen deese Stads. Vrijheid sigh uytstrekkende voor van de Kerkstraate, tot agter in de Bisschopsstraate". In dit jaar wordt waarschijnlijk dit pand verenigd met het pand dat reeds eigendom was van het echtpaar Geuking/Mons. In 1743 was een huis in bezit van bakker Guijking en zijn vrouw. Dit huis gaven ze als onderpand, blijkens een lening die zij in die dagen sloten. Hij gaf na enige tijd, in 1763, zijn beroep als bakker op en verkocht het huis. Adriaan verkoopt al zijn meubelen en huisraad, met daarenboven al zijn bakkersgereedschap en inboedel aan een zekere Jan de Meij, die elders de bakkerij voortzet. Het gezin Guijking verhuisde naar Westzaandam. Hij overleed in 1775, zijn vrouw vier jaar later. Hun zoon Tijmen (1752-1814) werd ook bakker, maar in Monnickendam.

De nieuwe eigenaar van het pand werd  landbouwer Jochem Greve, vermoedelijk pas getrouwd: zijn kinderen worden geboren in 1763, 1764 en 1765. 
Omdat men voor schoorstenen belasting moest betalen, werd in 1764 de schoorsteen van de oven verwijderd. Later in de 20e eeuw kwamen de overblijfselen daarvan weer aan het licht. Jochem Greve was een belangrijk man. Hij was boer van beroep en oefende tevens het ambt van burgemeester uit. Later bewoont zijn zoon Gerrit (1765-1821) het huis, stadsboer en lid van de gemeenteraad. In 1821 laat hij het huis na aan zijn vrouw, die het vermaakt aan hun dochter Anna Greve (plm. 1818-1850). Anna was de echtgenote van de doopsgezinde predikant van Blokzijl, Pieter Bonk (plm. 1815-1893). 

Na het overlijden van zijn vrouw, een jaar na hun huwelijk, verkoopt Bonk het huis in 1851 aan Lambertus Soeters (1820-1873). Soeters was sinds 1850 als kruidenier in de Stad woonachtig - en mogelijk werkzaam in de 'grutterij' die tegenover dit pand aan de Hollandse Plaats was gevestigd. Soeters kwam toen uit Deventer, was geboren in Vorchten bij Heerde als zoon van een onderwijzer uit Neede. Na het overlijden van Lambertus Soeters zette zijn vrouw Frederica Antoinetta (1817-1884) de winkel nog een tijdje voort. Daarna was het haar zoon Anthony Christiaan Soeters (1855-1947), die ermee verder ging. Hij was ook gemeenteraadslid van 1899-1917. Zijn zoon Hendrik Casimir Soeters (1895-1967) nam later de winkel over. In 1956 werd Wicher Post, gehuwd met Antonetta Christina Soeters (1928-2013) de nieuwe eigenaar. In die tijd was het een A & O winkel, die erg veel leek op het huidige interieur. Tot 1977 bleef de winkel in bezit van de familie Soeters. 

Daarna ging het pand over in de handen van pottenbakker Jan Paasman die er zijn ambacht uitoefende. Momenteel is het woonhuis. Het interieur van de kruidenierswinkel is zoveel mogelijk in oude stijl teruggebracht.