Detail kadasterkaart 1832 met Cannevelt als nummer 259Deze havezate heeft gelegen aan de Groenestraat te Vollenhove, ongeveer op de hoek van de Kerksteeg. Cannevelt (259) werd in 1830 omgeven door de tuin van havezate Plattenburg (258 op bijgaande kadasterkaart) en was toen ook eigendom van de bezitter van die havezate. Uit eerdere kaarten kan men een indruk krijgen van het oorspronkelijke goed, zoals hier links op een kaart van De Lat uit 1723. Op de kaart van Blaeu uit 1649 lijkt het gebied van de havezate zich zelfs uit te strekken langs de hele Kerksteeg, tot aan de Bisschopstraat, over de volle lengte grenzend aan het terrein van Plattenburg. Tot de havezate behoorden namelijk ook een stal en een koetshuis.

Het was ooit in het bezit van de familie Uterwijck, welk geslacht - oorspronkelijk uit Kampen, en ook wel Kenneken genoemd - drie kannen in zijn wapen voert. Dit geslacht trouwde in bij de familie Hagen, en werd zo eigenaar van Hagensdorp (zie ook de geslachttabel). Het huis was in bezit van de familie Sloet van 1644 tot de afbraak in 1863.

Oorspronkelijk was de havezate eigendom van de familie Van Suurbeecke en dateert het mogelijk uit de 15e eeuw toen Johan Wichers van Suurbeecke of Suyrbeek deel uitmaakte van het stadsbestuur (1497-1523). Hij was getrouwd met Margriet (Griete) van den Rutenberg. Door zijn functie als secretaris van bisschop/landsheer David van Bourgondië verkreeg hij bezittingen aan de Zuurbeek en ook veel aanzien. Vijf van zijn acht kinderen trouwden met Vollenhoofse edelen. Zoon Hendrik (?-1542) werd in 1527 lid van de Ridderschap, en was van 1522-1542 lid van het stadsbestuur. Vermoedelijk woonde hij in dit huis, waar een hypotheek op rustte van het Sint Jansklooster. Johan's jongste dochter Catharina, was vermoedelijk de erfgename, ze overleed in 1594. Dochter Barbara Suyrbeek trouwde met Roelof van Uterwijck (?-1593),  Hun zoon Jacob van Uterwijck trouwde met Margriet van Steenwijk,

Hun zoon Size of Syso van Uterwijck (?-1644), trouwde in 1607 met Johanna van Echten tot Oldruitenborgh. Hij kocht het huis uit de boedel van de tante van zijn vader, maar kwam er pas later achter dat er nog een hypotheek op rustte. Syso was van 1593-1600 page geweest van Johan, graaf van Limburg Stirum. Hij was lid van de Staten van Overijssel vanaf 1611 en afgevaardigde naar de Staten-Generaal van 1625-1630 en noemde zich toen al 'tot Kannevelt'. 
In 1622 was er kwestie over de maagscheiding tussen Johan van Echten c.s. tegen Syso van Uterwijck en zijn vrouw, terwijl in 1631 een proces gevoerd werd tussen Wolter van Echten en Syso van Uterwijck als erfgenamen van de drost Johan van Echten tegen Coep Herms c.s. (Kamper Archief).
Dochter Everhardina van Uterwijck (?-1657) trouwde in 1645 (of 1644?) met Hendrik Sloet, zoon van Volkier Sloet tot Oldhuis. Ze kochten het huis van moeder Johanna van Echten, de weduwe van Syso van Uterwyck.  Zo kon datzelfde jaar  Hendrik Sloet als lid van de Ridderschap worden toegelaten, waarbij hij als naam van zijn havezate binnen Vollenhove Cannevelt noemde. De transportakte, gedateerd 12 oktober, vermeldde nog geen naam, de toelating op 17 oktober wel. Wapen van de familie Van Uterwyck uit KampenDe naam van de havezate komt van het wapen het geslacht Van Uterwyck: in rood drie zilveren kannen. In Kampen werden familieleden ook wel 'Kenneken' genoemd.

Hendrik hertrouwde - blijkens een huwelijksvers van 16 januari 1659 - met Charlotte, gravin van Bronckhorst.

Gerhard Sloet, zoon van Gerhard Sloet van de Oldenhof, werd eerst in 1662 van de Oldenhof en vervolgens in 1680 van Cannevelt verschreven.

Op 13 mei 1775 verklaarde M. baronesse van den Clooster, douairière Sloet, vrouwe tot Cannevelt, overgedragen te hebben aan haar jongste zoon Gerhard Barthold baron Sloet (overleden te Gildehuis in 1801) de havezate Cannevelt bestaande uit 't huis, hof, stallen, koetshuizen en verdere "wheere", het recht van verschrijving in de Ridderschap van Overijssel daaronder begrepen.

Cannevelt bleef in het geslacht Sloet, tot dat in 1817 de erfgenamen van Sybilla Margaretha Sloet, zuster van Gerhard Barthold, het verkochten aan Willem van Ittersum (volgens de kadastergegevens was hij hoofdinspecteur te Zwolle), bezitter van havezate Plattenburg en bijbehorende (grote) tuin waaraan Cannevelt grensde (kadastergegevens 1832).

In de vergadering van het Heemraadschap Vollenhove van 24 november 1818 werd gezegd, dat een eind dijk bij de Moespot zich beneden het gewone waterpas bevond en voorzien moest worden door het opbrengen van enige grove en fijne puin, dat op Cannevelt zou zijn te verkrijgen. En uit de vergadering van 27 november daaropvolgend blijkt, dat het puin was aangekocht.

In 1862 verkochten de erfgenamen van Willem van Ittersum Cannevelt (en Plattenburg) aan Teunis Spit, timmerman/aannemer. De bezitting werd in 1879 toebedeeld aan zoon Ari Spit, opzichter van het Waterschap Vollenhove.
Uit een kasboek van Plattenburg en Cannevelt, aanwezig op Marxveld, blijkt dat Cannevelt in 1863 werd afgebroken en Plattenburg met de stenen werd hersteld. Op 11 november 1863 werd  f 33,60 ontvangen van Teunis Spit voor afkoop van een erfpachtrente, gevestigd op Cannevelt. In 1865 werden twee kozijnen met deuren van de afbraak van Cannevelt verkocht, op 12 mei een hardstenen gootsteen van Cannevelt. Op 2 september waren twee man aan het steenbikken en opredderen. In 1866 werden oude stenen en balken verkocht. In 1880 kwamen er deuren voor de kelder, op 14 maart 1889 kwam achter Cannevelt 117 voet nieuw rasterwerk. Op 31 maart 1891 werd de put schoongemaakt en ingemetseld. In 1894 werd de kelder weggebroken, steen werd verkocht aan Geertje Jongman en Evert Spit. Op 28 maart 1903 kwam er geheel nieuw rasterwerk op het terrein. Verder worden allerlei inkomsten vermeld voor het verhuren van de tuin. Bij contract van juni 1907 verhuurde Ari Spit aan notaris G. H. Cramer voor drie jaren het westelijk gedeelte van Canneveltstuin, groot plm. 20 are, met het schuurtje. En zo is het bestaan van deze havezate geëindigd.

De naam leeft voort in een nieuw huis, iets oostelijker aan de Groenestraat, gebouwd in de jaren 1930 door koperslager Jan Berend van Heerde in de oorspronkelijke tuin van Plattenburg. Ook diens zoon Jo, loodgieter en elektricien, woonde er in de jaren 1970 en later.

In het verlengde van de Groenestraat ligt de Canneveltstraat, in de eerste naoorlogse stadsuitbreiding. Vrijwel alle woningen van deze tijd (jaren 1950-1960) voldeden niet meer aan de hedendaagse normen en zijn rond 2010 afgebroken. De straat is opnieuw bebouwd, met o.a. een appartementencomplex voor senioren.