straatnamen

Wonen anno nu: wat is eigenlijk de betekenis van de naam van de straat waar ik woon?

Veel mensen die nu in Vollenhove wonen, hebben geen idee wat er schuilgaat achter de naam van hun straat. Hieronder staat een uitleg, vaak een verwijzing naar een stukje historie. De straatnamen zijn gegroepeerd per thema, niet naar wijk. Op Vollenhove van boven gezien zijn de meeste straten ook aanklikbaar.

U kunt kiezen voor de straatnamen op alfabetische volgorde of per thema gegroepeerd:

Met een Engels bos wordt een Engelse landschapstuin bedoeld. 

In Vollenhove waren er twee: bij de havezate Tweenijenhuizen en bij de havezate Oldruitenborgh. Dat is waarschijnlijk niet toevallig: Arent Sloet van Tweenijenhuizen had Oldruitenborgh geërfd, en zijn zoon uit zijn tweede huwelijk ging op Tweenijenhuizen wonen. Arend verwierf met het geld van zijn rijke tweede vrouw vanaf 1778 tot 1788 allerlei stukken land in de directe omgeving totdat het huidige landgoed Olruitenborgh ontstond. Hij liet het terrein inrichten in de Engelse landschapstijl. Coenraad Willem, zijn zoon, kocht in 1790 enkele stukken land rond Tweenijenhuizen. Ook daar werd zo'n Engelse landschapstuin aangelegd. De naam leeft voort in de straat 'Engelse Bos', die ruwweg op de westelijke begrenzing van die tuin is aangelegd.

De Engelse landschapstijl werd erg populair rond 1820 (en dat duurde voort tot plm. 1860). Op die manier zijn o.a. het Amsterdamse Bos en het Vondelpark, de tuin achter Paleis Huis ten Bosch, stadsparken in Nijmegen, Delft, Middelburg en Zwolle etc. aangelegd. Het is één van de uitingen uit de Romantiek.

Romantiek (1760 - 1880) is een aanduiding van een cultuurbeweging die ontstond aan het eind van de 18de eeuw en een reactie was op de verlichting en het rationalisme. In de 18e eeuw wordt alles nog meer overdreven dan in de Barok. De belangstelling voor de natuur neemt in deze periode toe. Er is veel belangstelling voor ander culturen en reizigers nemen nieuwe planten mee van hun verre reizen. De tuinen uit deze periode kenmerken zich door een aaneenschakeling van op zichzelf staande onderdelen. Oosterse element, decoratieve planten in pot, gekleurde borders, mozaïek figuren en stinzeplanten doen hun intrede.
Typerend voor de tuincultuur in deze periode zijn:

  • Ellipsvormige ruimten
  • Lange doorzichten
  • Gebouw als onderdeel ingepast in het geheel
  • Holgelegde gazons
  • Oneindigheid
  • Natuurlijk aandoende tuin; dode bomen werden dus niet verwijderd

In het begin van de 18de eeuw deed het romantische element zijn intrede in de Engelse tuinkunst met de landschapstijl. Rond landhuizen in Engeland worden tuinen aangelegd geïnspireerd op de natuur. Waterpartijen in de vorm van een stroom omzoomd door bossages. Uitgestrekte hol liggende gazons en boomgroepen zorgen voor een overgang tussen de tuin en het omliggende landschap. De landschapstijl verspreidde zich later in de 18de eeuw buiten Engeland, ook in Nederland. Nederlandse representanten uit de landschapstijl zijn Het Huis Ten Donck, Soestdijk en Beeckesteijn.

De ruïne van de Toutenburg als follie

De ruïne van de Toutenburg als follie in het Engelse bos van landgoed OldruitenborghIn een Engelse landschapstuin mag een follie of folly niet ontbreken. Een folly is een dwaasheid, een bouwkundige dwaasheid. Het gaat hierbij om een nutteloos, soms bizar bouwwerk, een fantasiebouwwerk, een bouwwerk zonder direct aanwijsbare functie.
'Follie' is de Franse, oude benaming voor kleinere zeer decoratieve tuin en/of parkgebouwtjes.
Dwaasbouwsels zijn de nutteloze bouwwerken in de tijd van de Romantiek en de Landschapsstijl.
Een mooi voorbeeld van een follie is te zien in de tuin van het paleis van keizer Franz Josef van Oostenrijk bij Wenen. Ook koning Ludwig II van Beieren wist er weg mee, bij zijn landgoed Linderhof. Kosten noch moeite werden gespaard voor zo'n follie.
Dan had Arend Sloet van Oldruitenborg het een stuk gemakkelijker: in de directe omgeving lag het vervallen kasteel ToutenburgWillem de Lille, die met Arends weduwe trouwde, liet het afbreken maar de resten, de huidige ruïne van Toutenburgh met delen van de twee torens naast de oorspronkelijke ingang staan als follie. 
Zie ook: http://www.heritage.co.uk/follies/ffdef.html

Het Engelse bos bij Tweenijenhuizen

Situatie rond Tweenijenhuizen, op een militaire kaart uit 1850. De donkere kleur geeft bos aan.Even voor de sloop in 1882 zag de havezate Tweenijenhuizen er als volgt uit: 
de brede laan voor het huis was aan weerszijden bepoot met twee rijen opgaande bomen en heette het Allee, nu de verkeersweg naar de Moespot. 
Van de weg Vollenhove - Zwolle ging de oprijlaan recht op het huis aan. Rechts daarvan was een wandelbos, 't Engelse bos, met ten oosten een gracht, die met een bocht naar het westen een eindje doorliep. Ter weerszijden voor het huis de bouwhuizen, die nog bestaan, het rechter heet het koetshuis. Daarachter lag vroeger een gebouw. 
Achter het huis een put, nog bestaande en daarachter een vijver met grillige vorm en een eilandje hierin. Het huis stond niet in de grachten. Een oranjerie was ook aanwezig. 
Achter het huis de moestuin en ten zuiden daarvan de boomgaard. 
Ten zuiden van het boerderijtje om de hoek van de straatweg stond de tuinmanswoning, aan een brede aarden wal, bepoot met akkermaalshout, waartussen een wandelpad liep.

De visserij kwam op in de tweede helft van de 18e eeuw en werd in de 19e eeuw de belangrijkste inkomstenbron voor Vollenhove. De (betrekkelijke) welvaart nam in de 20e eeuw weldra af en verdween na de afsluiting van de Zuiderzee uiteindelijk geheel.

  • Visscherstraat: oorspronkelijk Oudestraat, hier zijn waarschijnlijk de eerste huizen van Vollenhove gebouwd. Vanaf de opkomst van de visserij in de 18e eeuw was dit de vissersbuurt, die ontstaan is door het dempen van drievijfde gedeelte van de noordelijke gracht. Aan het einde van de 19e eeuw en begin van de 20e eeuw werd op de achtererven richting zee gebouwd, zodat aan de haven een waterfront ontstond, het huidige Aan Zee. In de kaalslag van de jaren-1970 zijn alle panden, op twee na, verdwenen.
  • Vismarkt: vóórdat er een visafslag was aan de haven, werd hier de vis verhandeld. De Vismarkt was een plein op de hoek van de huidige straat en de Visscherstraat. De huidige straat leidde van de steiger in de buitenhaven direct naar de markt. Als monument is er een vis als patroon in de bestarting aangebracht.
  • Aan Zee: het straatje dat direct aan de zee lag (de Zuiderzee)
  • de Zeesteeg: steegje van de Visscherstraat naar Aan Zee.
  • De Noordwal: ontleend zijn naam aan de ligging van het gebied (Voorst en Bentpolder) ten opzichte van het water (monding van het Zwarte Water) en de visgronden. De zuidwal was voor de vissers het Kampereiland.
  • De Wal
  • De Reede: de visserschepen lagen tot de aanleg van de binnenhaven in 1823 en de buitenhaven in 1890 vaak voor anker op het lage stuk voor de kust, de rede.

In oktober 1977 bepaalde de gemeenteraad, dat in het nieuwe bestemmingsplan Bentpolder de straatnamen niet langer naar historische personen genoemd moesten worden, maar ontleend moesten worden aan de visserij. Als voorbeelden werden toen genoemd: Het Vooronder, en De Helmstok. Redenen lagen in het feit, dat de historische namen door velen, onder andere de postbodes, als veel te lang werden beschouwd, en bovendien alle historische namen zo ongeveer waren opgebruikt. Uiteindelijk werden de nieuwe namen, in volorde van het in gebruik nemen:

  • Aan Boord: deze naam spreekt voor zichzelf. Geen historische betekenis. Het is overigens ook de verbindingsweg met de nieuwe wijk, die vanaf 1998 werd aangelegd en nog steeds in ontwikkeling is.
  • Steiger: naam van het oorspronkelijke havenhoofd, een houten stellage die in zee reikte (ten noorden van de Vismarkt). Het is ook de verbindingsweg tussen Aan Boord en Kade (mooie symboliek).
  • Botter: type vissersboot.
  • Aak: een bekend type vissersboot. In 1927 waren in Vollenhove 7 aken op in totaal 135 schepen.Varianten: Lemster Aak (12 - 14 meter), Wieringer Aak (10 - 13 meter).
  • Kade: spreekt voor zich zelf. Geen historische betekenis.
  • Mast, Zwaard, Anker, Kiel, Roer en Reling: idem. Het zijn onderdelen van schepen (alhoewel de Vollenhoofse schepen geen kiel en ook geen reling hadden...).
  • Pluut: type vissersboot.
  • Schuit: hier veel voorkomend type boot, ook wel bons genoemd (een kleine schokker).
  • Punter: een punter is een klein type boot, vooral gebruikt als hulpbootje.
  • Schouw: een algemeen bekend scheepstype.
  • Bons: andere naam voor schuit, een kleine schokker.
 

Johan II van Raesfelt tot Twickel (na 1572, vóór 1592 - 1648) was een Twents edelman, vanaf 1604 tot zijn dood heer van Twickel. Hij was drost van Vollenhove van 1619-1638 en van 1638-1648 drost van Twente.

Hij was de zoon van Johan I van Raesfelt en Lucia van Heiden. Johan II van Raesfelt trouwde in 1622 met Agnes van Munster (-1631). Uit dit huwelijk zijn vijf kinderen bekend:

- Sophia van Raesfelt, huwde in 1645 Johan Ripperda tot Weldam
- Johan III van Raesfelt, werd zwakzinnig
- Adolf Hendrik van Raesfelt, erfde Twickel met huis en heerlijkheid Lage
- Hendrik van Raesfelt (ovl. 1678), erfde De Eese bij Steenwijkerwold (ook een havezate in het Land van Vollenhove)
- Wennemar van Raesfelt (ovl. 1677), erfde Schuilenburg

 
Uit WvH, Antoniegasthuis:

Zij die als gildebroeders werden aangenomen zetten hun handtekeningen in dit boek, waarin vanaf 1545 tot 1740 niet minder dan 460 handtekeningen voorkomen, bijna alle van bekende Overijsselse adellijke geslachten. Uit de bijvoegingen blijkt dat zij belangrijke betrekkingen in den lande bekleedden.
In de Nederlandse Spectator staan daar enige aanhalingen uit, met bijvoegingen in het Latijn gesteld:
1621 Joan van Raesfelt, overleden als drost van Twenthe.

Uit WvH, Oldehuys:

In de aanstellingen tot drosten van het drostambt Vollenhove en kasteleinschap van de heerlijkheid Kuinre o.a. van Johan van Echten, de Olde 1611 en Johan van Raesfelt 1619 werd hun een stuk land tussen het Oldehuis en de zee ten gebruike gegeven, groot omtrent één morgen (bijna een hectare).

Uit WvH, Volle Stoel:

Wat de Geestelijke goederen betreft, staat in de Acta der Prov. en Part. Synoden, dat in 1619 / 1620 Ridderschap en Steden aan de drost van Vollenhove, Johan van Raesfeld en Jonker Roelof van Isselmuden de bevoegdheid gaven en gelasten om alle goederen en inkomsten, behorende tot de pastorieën en vicariën in den lande van Vollenhove, te doen opschrijven en inventariseren, daarvan een register te maken en dit op te zenden aan de Gedeputeerden die bevel zullen geven dat die goederen en inkomsten openbaar en voor de hoogste prijs zullen worden verpacht en geïnd.

Uit Archief Twickel, nr. 6086:

1626 Akte van belening van Johan van Raesfelt (de jonge) met het volschuldige erve Wennerink, horig aan het stift Essen, 1626. Met aantekening dat dit erve niet meer behoort tot de Twickelse goederen, 1760. (1 charter).

In het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers bevinden zich de stukken van een proces van Johan van Raesfelt tot Twickloe drost te Vollenhove tegen Erfgenamen van Sophia van Oldenboeckum, vrouwe van Ruinen, 1631.

uit: Raesfelt, familie van:

In 1635 kwam Johan van Raesfelt in het bezit van de heerlijkheid De Eze. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Hendrik. Door het huwelijk van diens dochter Agnes Sofia met Johan Zweder van Rechteren vererfde het goed aan een ander geslacht. De familie had blijkbaar later een twist met de familie Van Haersolte over het drostambt Twente.

De Van Baaksteeg loopt van de Kerkstraat naar de Visserstraat. In het verlengde er van ligt de Zeesteeg. De steeg denkt vermoedelijk zijn naam aan het feit dat er aan die steeg in de 19e eeuw de werkplaats lag van timmerman Van Baak.

Al in 1715 blijkt een Antoni van Baak lid van het koopmansgilde, en betaalt daarvoor aan het Hervormd Burger Weeshuis 5 gulden en 12 stuivers.

Antoni van Baak was gehuwd met Lyzabeth Jans Smit. Hun enige kind Anthony werd op 11-7-1717 NG gedoopt, na het overlijden van vader Antoni. Moeder Lyzabeth hertrouwde met Evert Pingel. Evert Pingel werd burger van Vollenhove op 4-4-1718, vermoedelijk was dit een voorwaarde om een herberg te kunnen beginnen, in dit geval 'De Zwaan'. Anthony had de halfzusjes en -broer Pingel: Anna Maria (1720); Hendrik Jan (1721) en Jennigjen (1723).

Anthony groeide op in herberg 'De Zwaan', vijf en een half jaar oud was hij, toen daar de zwagermoord plaats vond.  Is hij wakker geworden door het kabaal? Heeft hij angstig bovenaan de trap zitten kijken en luisteren? 
Hij was in 1744 meestertimmerman, getrouwd met Catharina Loos. Zij kregen de volgende kinderen, die allen NG gedoopt werden: 1744 Anthony; 1745 Catharina; 1747 Johannes; 1750 Gerrit (die ook timmerman werd); 1752 Jan; 1753 Elisabeth.

Bij de volkstelling 1748 blijkt het huisgezin van Antonie van Baak uit de Kerkstraat verder te bestaan uit zijn vrouw Catarina Loos en de jonge kinderen Antonie, Catarina en Johannes.  Antonie junior behoort later tot de zogenaamde gemeenslieden van de Stad Vollenhove. In 1795 verhuurt hij, inmiddels als senior aangeduid, als rentmeester van zijn Vollenhoofse goederen op 30 augustus aan de leden van de Geestelijkheid van de Stad en het land van Vollenhove het huis genaamd "Reemshuizen" (havezate Rhemenshuizen) met de plaats erbij voor 6 jaren onder voorwaarden, dat jaarlijks 30 caroli gulden als huur wordt betaald en het huis gebruikt wordt door de R. K. gemeente tot het waarnemen van hun godsdienst. Indien door de Nationale Conventie een nadere schikking over de Geestelijke goederen mocht worden gemaakt voor afloop der huurjaren, zouden de huurders van de huur ontslagen zijn. Het huis diende dan zoveel mogelijk in de vorige toestand gebracht te worden enz.

Op 7 oktober 1791 besloten Raad en Meente van Vollenhove het stadhuis door de timmerman Gerrit van Baak en de metselaar Albert de Ruiter te doen herstellen en de kosten werden geraamd op respectievelijk fl. 300 en fl. 400.

Verder staat in de annalen dat bij het nazien van de gemeenterekening van een gedeelte van 1811 aan het licht kwam, dat boven de f 4000 die door Koning Lodewijk Napoleon is verleend volgens zijn besluit van 29 maart 1809 (naar aanleiding van zijn bezoek aan Vollenhove, zie bij Oldruitenborgh) tot herstel en vergroting van het havenhoofd, de opzichter van dat werk, Gerrit van Baak, nog een vordering wegens het opzicht had van f 402. Hiertegen had de vorige stadsregering bezwaar gemaakt wegens de slechte stadsfinanciën. Er werd door de stad voor het vervoer van palen en arbeidsloon voor de brug blijkens de stadsrekening van 1809 al f 561.15 betaald. Op 30 november 1812 werd gesteld dat op de begroting van 1812 en 1813 in achterstand moest gebracht worden 844 francs of 402 gulden voor het daggeld van 3 gulden, die de timmerman G. van Baak zou verdiend hebben als opzichter over de brug die in 1809 en 1810 gemaakt was. En zo zouden meerdere pogingen bij de Prefect worden gedaan om te bereiken dat de gemeente niet meer hoefde te betalen...

Het havenhoofd of brug, waar het hier over ging, werd ook wel de steiger genoemd, en lag bij de vismarkt - zie de kaarten van Blaeu uit 1649 en van De Lat uit 1735 (detail hierboven rechts). Dit onderwerp komt terug in de straatnaam in de Benten: De Steiger. De brug over de ingang van de binnenhaven werd pas in 1823 gebouwd, toen de binnenhaven als zodanig in gebruik werd genomen.

Middachten Oldhagensdorp 1832De havezate Hagensdorp, later Oldhagensdorp genaamd,  kwam in 1753 in het bezit van de familie Van Middachten, waarop het huis ook de naam Middachten kreeg. Het lag aan het westelijke uiteinde van de Bisschopstraat, aan de zuidkant van de straat, waar in 1921 enkele sociale huurwoningen zijn gebouwd, op de hoek van wat nu de Van Middachtenstraat is.

Vele jaren (tot 1799) was in dit gebouw een schuilkerk op zolder, waar voor de rooms-katholieke parochie diensten werden gehouden, zie Katholieken in Vollenhove na de reformatie (1632-1689). Verder fungeerde het huis als depot voor archiefstukken van de ridderschap van Vollenhove, en was er een leenkamer in gevestigd. Deze lenen waren grotendeels achterlenen van de provincie Overijssel. De leenkamer werd na de afschaffing van het leenstelsel in 1798 opgeheven.

 

In 1750 vond het huwelijk plaats tussen de baron Willem Theodoor van Middachten (1725-1795) en baronesse Gijsberta Norberta van Dorth (1728-1807, genoemd naar haar vader), beide woonachtig op Hagensdorp (huwelijksregister St. Nicolaasparochie). Zo ging de havezate van de familie Van Uiterwijck via moeder Ave, in 1728 weduwe geworden, over op dochter en schoonzoon Van Middachten.

Reint Willem van Middachten 1755-1840Hiernaast het portret van hun zoon jhr Reint (officieel: Reineren) Willem van Middachten tot Oldhagensdorp en Vrieswijk (1755-1840), geboren in Diepenveen, waarschijnlijk door Zwollenaar Cornelis Thim (1754 - 1813). Hij behoorde tot de katholieke adel en was een ouderwetse man, die nog lang een pruik droeg, waarvoor hij overigens wel extra belasting diende te betalen.

In het doopboek van de St. Nicolaasparochie staat dat zijn dochter Maria Antonia op 10 juli 1780 gedoopt wordt.  Getuigen zijn de grootouders Van Middachten - van Dordt. Ze trouwt in 1820 met baron De Hugenpoth. In de volgende 19 jaar worden er nog 11 kinderen geboren, maar niet in Vollenhove.

De Magistraat besloot op 12 november 1810 naar aanleiding van klachten om landdrost baron R. A. B. J. Sloet tot Westerholt, tevens als beheerder voor de heer van Oldhuis, te gelasten de steeg vanaf de Bentstraat tot het huis van de heer R. W. van Middachten zo te laten maken dat die behoorlijk zou kunnen afwateren, en tevens geen mest of drekbulten te plaatsen.  De heer R. W. van Middachten werd hetzelfde opgedragen. Dit stuk straat werd later ook wel 'Verlengde Bisschopsstraat' genoemd, en was de uitvalsweg naar de Voorst.

In 1811 deed Reint Willem van Middachten met zijn zoons een aanvraag bij keizer Napoleon Bonaparte voor de titel baron, die hem evenals vele andere edelen ook werd verleend. De aanvraag was merkwaardig: hoewel hij - behorende tot de katholieke adel - in 1795 zich als volkrepresentant liet afvaardigen, was hij zeker geen aanhanger van de moderne ideeën van de Verlichting. Kennelijk wilde hij de adeldom van zijn geslacht laten legaliseren om zijn rechten in de toekomst te verzekeren. Van Middachten werd door koning Willem I in 1814 in de Ridderschap van Overijssel benoemd.

De gemeenteraad sprak in zijn vergadering van 17 december 1818 over het slopen van het huis Middachten. toch werd de havezate toen nog wel regelmatig bewoond door de familie, naast hun huizen Vrieswijk (bij Diepenveen) en Oenemastate. via een veiling kocht Van Middachten zelfs havezate de Haare in de Bisschopstraat, vanwege de status of mogelijk voor zijn dochter. Ook kocht hij het ommuurde terrein waar ooit (Oud)Plattenburg op stond, aan de overkant, met de twee huizen aan de Haven.

De schrijver  (toen student) Jacob van Lennep en zijn medestudent en reisgenoot Derk van Hogendorp vertellen in hun dagboek van 1823, toen ze een lange voetreis door Nederland maakten en daarbij Vollenhove aandeden, over het huis Middachten en bewoners.

Baron R.W. van Middachten speelde ook een rol bij de ontwikkeling van de nijverheid rond de visserij en de binnenhaven, die in 1824 gereed kwam. Behalve een haven werd ook een haringrokerij gebouwd. De baron was eigenaar van deze bokkinghang, die zich bevond waar het Kerkplein uitkwam Aan Zee.

Oldhagensdorp op de kaart van Blaeu (1649)Het huis vormde volgens oude kaarten een lange rechthoek aan de straatzijde met een 'voorsprong'. Na de dood van Van Middachten, 22 augustus 1840, werden ter bewaring van de rechten van de erfgenamen kort daarop de kasten en kisten in de verschillende kamers van het huis verzegeld door de Vollenhoofse kantonrechter op aanwijzing van de huisbewaarster / dienstmeid Harmina de Haan (toen 52).

De beschrijving van het huis beneden:

  • eetzaal met twee ramen naar de tuin, een deur naar de gang en naar de slaapkamer,
  • benedenvoorkamer, de blauwe kamer, met twee ramen naar de straat en een deur naar de  gang,
  • slaapkamer, met twee ramen naar de tuin en een deur naar de eetzaal,
  • provisiekamer met vier raampjes naar de tuin en een deur naar de slaapkamer,
  • benedenvoorkamer, de gele kamer, met twee ramen naar de straat,
  • koepelkamertje met drie ramen naar de straat en een deur naar de zaal,
  • zaal met drie ramen naar de straat en een deur naar de koepel, naar de slaapkamer en naar de gang,
  • benedenslaapkamer met een raam naar de straat en een deur naar de zaal,
  • de gang,
  • keuken met twee ramen naar de tuin,
  • washok,
  • zolder,
  • koetshuis.

Op de verdieping:

  • bovenvoorkamer met twee ramen naar de straat en twee ramen naar de voorplaats,
  • meidenkamertje met raam naar de plaats,
  • bovenachterkamer met twee ramen naar de tuin,
  • bovenkamer met twee ramen naar de tuin,
  • bovenachterkamer met twee raampjes naar de tuin,
  • overloop,
  • voorzolder,
  • de zogenaamde kerk (de voormalige schuilkerk van de Rooms-Katholieke parochie 1580 - 1795),
  • knechtenkamertje, met een paar glaspannen voor daglicht.

In aanwezigheid van de erfgenamen vond op 23 november 1840 de ontzegeling plaats en werd de boedel beschreven. Harmina de Haan bleef er op passen, tot ze op 1 mei 1843 naar Zwolle vertrok.

alliantiewapen Hagen VanErp 1602Met de openbare verkoop door de erfgenaam, op 23 mei 1843 bij logement Logement Van Smirren / Hotel Van der Veen, begon het einde van de havezate. In de advertentie in de Prov. Ov. Courant was sprake van een aanzienlijk herenhuis met geplafonneerde en behangen kamers, keuken met welwater- en regenpompen. Verder koetshuis, schuur met paarden- en koeienstallen, bos, grote tuin met vruchtbomen en twee tegenovergelegen woningen met tuin. Het terrein ging uiteindelijk naar landbouwer / aannemer Albert Harsevoort (1800-1861), de ex-huisknecht - net als zijn vrouw - die eerder ook Westerholt had gekocht en de stal daarvan tot boerderij verbouwde. Het huis werd gesloopt op een klein deel na: het portaal aan de voorkant, een soort uitbouw van het oude huis. Het bestond uit een bakstenen kruisgewelf met zandstenen ribben op vier zandstenen pilaren. De zijkanten werden dichtgemetseld. Het koepelvormige geheel, volgens het kadaster kavel A377 van 30 m2, diende nog tot 1906 als woonhuis en werd in de jaren daarna afgebroken (kadaster: 1915).  Een sluitsteen bleef over als enig aandenken. In 1912 schonk G. W. Seidel aan het museum te Zwolle deze sluitsteen, waarop de alliantiewapens Hagen en van Erp (gehuwd in 1602).

Op de plaats van Middachten werden in 1922 vier huizen gebouwd door de toenmalige woningstichting. Het meest oostelijke huis, met het adres Bisschopsstraat 10, staat grotendeels op de plek waar de laatste resten - het koepelvormige voorportaal - van de havezate stond. Rond 1940 legde men een straat aan op het havezateterrein, langs het tracé van de stadsgracht: de Van Middachtenstraat. Er werden o.a. huizen gebouwd voor gemeentepersoneel, o.a. politiemensen.

Hieronder een deel van de 'stamboom' van de familie Van Middachten. Frieswijk (Vrieswijk) is het nog bestaande landgoed bij Diepenveen (bij Deventer).