Uncategorised
Magdalena Schenck van Toutenburg, geboren in of omstreeks 1495, overleden in of omstreeks 1535, vermoedelijk 40 jaar oud, zou een buitenechtelijke dochter zijn van Georg Schenck van Toutenburg. Het is niet erg aannemelijk wanneer men bedenkt dat Georg op 16-jarige leeftijd in mei 1496 vanuit Zuid-Duitsland, na zijn opvoeding aan het hof van Beieren, met bisschop Frederik van Baden (bisschop van Utrecht 1496-1517) meekwam naar Utrecht. Het zou eventueel om een andere Georg Schenck van Toutenburg kunnen gaan, geboren in 1473 en in 1501 getrouwd met Anna van Schleinitz. Dit is een ver familielid van de latere stadhouder.
Zij trouwde omstreeks 1515 op de leeftijd van vermoedelijk 20 jaar met ridder Oene Roelofs van Ewsum (vermoedelijk 25 jaar oud), geboren omstreeks 1490, overleden voor 1530, hoogstens 40 oud.
Zij trouwt vervolgens in of na 1530 met Keimpe Doeckes van Martena, raadsman van het Hof van Friesland, historicus, jurist en grietman van Tietjerksteradeel, geboren in Cornjum in 1487, overleden in Leeuwarden op 8 november 1538, 51 jaar oud, zoon van Doeke Sytzes van Martena (grietman) en Sjouk Keimpes van Unia. Het was al zijn derde huwelijk.
Deze Keimpes van Martena werd door stadhouder Georg Schenck van Toutenburg regelmatig uitgezonden naar het hof van keizer Karel V, o.a. in 1521 naar de rijksdag te Worms en in 1523 naar de landvoogdes om te pleiten tegen de door de Staten uitgebrachte klachten. Je zou hem dus een vertrouweling van Schenck kunnen noemen.
Bron: met dank aan een nakomeling, Matthias Teichert (Minneapolis, MN, USA).
De Heeren van den Raede, biografieën en groepsportret van de raadsheren van het Hof van Friesland 1499-1811, door O. Vries ea, Hilversum / Leeuwarden 1999. Op blz. 204 wordt hierover in noot 10 verwezen naar De Navorscher 1893, 406.
Anna Schenck van Toutenburg, een ‘natuurlijke’ dochter van Georg Schenck van Toutenburg, trouwt na 1534 met Worp van Ropta (1505 - 1551), Grietman van Dongeradeel in 1542, gevolmachtigde ten Landdage in 1550. Zij krijgen geen kinderen.
Deze Worp van Ropta was een goed katholiek en volgeling van keizer Karel V. Een portret van hem uit 1542 hangt in het Rijksmuseum. Aangenomen mag worden dat er een goede relatie bestond tussen Worp van Ropta en Georg Schenk, tenslotte zijn ‘baas’ als stadhouder in Friesland.
Zijn dochter Cunera (Knierke) uit zijn eerste huwelijk met Bieuck van Eabinga Humalda (gestorven in 1534) trouwt met de Duitser Christoffel von Sternsee, Kolonel in Spaanse dienst, in 1549 Drost op het Blokhuis in Harns en Olderman van die stad, in 1553 ook Grietman van Barradiel. Deze Christoffel stond in hoog aanzien bij Karel V die zelfs peter wordt van dochter Maria. Landvoogdes Maria van Oostenrijk is bij de doop aanwezig. Ze krijgen later een zoon die Carel wordt genoemd. Tussen 1515 en zijn dood in 1554 had hij - volgens eigen aantekeningen – in dienst 450 buitenlandse steden en 18 eilanden bezocht. Hij was inmiddels ook opgenomen in de Orde van het Gulden Vlies.
In de noordelijke Nederlanden was hij feitelijk in dienst van Jean de Ligne, Graaf van Aremberg, de stadhouder namens de keizer.
NB: Ropta was een adellijk huis even ten noorden van het dorp Mitselwier (Oost-Dongeradeel, Friesland) ten Noord-Oosten van Dokkum.
Bron: http://webserv.nhl.nl/~smits/amwropta.htm
In de Navorscher uit 1893 wordt Anna Schenck genoemd als natuurlijke dochter van Georg Schenck, maar getrouwd (geweest) met ene Jeroen Rataller, volgens een testament d.d. 15-1-1582. Een Johan Rataller wordt in een schrijven van 18-2-1505 gepasseerd voor de functie van rentmeester te Franeker als opvolger van Mathias Nijkamer.
Vollenhove, stad der paleizen genoemd in de zeventiende eeuw vanwege het grote aantal adellijke huizen, havezaten. Dat kwam doordat Vollenhove een bestuurlijk centrum was met een kasteel van waar uit de bisschop van Utrecht als landsheer regeerde over het Oversticht: Overijssel, Drenthe en een groot deel van Groningen. Toen keizer Karel V het regeren overnam en stadhouders aanstelde, werd zijn man in Friesland, Georg Schenck (1480-1540) - daarvoor drost op het kasteel in Vollenhove - ook de baas in Groningen, Drenthe en Overijssel en bestuurde vanuit zijn kasteel Toutenburg te Vollenhove. Door het beleg van het naburige Steenwijk en de strijd er omheen aan het begin van de Opstand verloor de stad Vollenhove die positie als het 'Den Haag van het Noorden', maar bleef hoofdplaats van 'het Land van Vollenhove', één van de drie drostambten van Overijssel. Het hoogste orgaan in Overijssel werd gevormd door de Ridderschap en Steden, de 'ridders' uit Vollenhove waren de grootste groep. Vrijwel de hele stad leefde van de adellijke gezinnen die op de 17 havezaten woonden, grotendeels binnen de stad. Door de Franse tijd met zijn 'gelijkheid' kwam hieraan definitief een einde. Vollenhove schakelde om naar de visserij, had uiteindelijk een vloot van 200 Zuiderzeeschepen en -scheepjes - tot de komst van de Afsluitdijk en de Noordoostpolder.
Er zijn veel sporen bewaard gebleven, zoals de drie kerken, vijf havezaten in de stad en één daar vlak buiten, het Raadhuis (1621) en natuurlijk beide havens. Op deze website vind u de rijke historie van de stad terug in beschrijvingen van gebouwen, personen en gebeurtenissen. Een aantal daarvan is hierboven met een icoontje aangeduid waarop u kunt doorklikken. Meer zien? Bezoek dan het Stadsmuseum Vollenhove!
Pagina 2 van 2